Vertrouwen is geen veiligheid
Mij werd gevraagd een artikel te schrijven over vertrouwen. Dat woord roept bij mij vooral verwarring op. Daarom ben ik dit gaan benaderen als een onderzoek: wat betekent vertrouwen eigenlijk, en waarom schuurt het voor mij?
Volgens de Van Dale gaat vertrouwen over een redelijke verwachting dat een ander jou geen pijn zal doen, waardoor er ruimte ontstaat om je kwetsbaar te verbinden. Die definitie klinkt logisch, maar wringt zodra vertrouwen wordt gebruikt als oordeel over de ander: “Jij bent niet te vertrouwen.”
In die uitspraak zit impliciet de verwachting dat de ander jou niet zal kwetsen wanneer jij je kwetsbaar opstelt. En precies daar ontstaat voor mij de verwarring. Want die verwachting klopt niet. Elkaar kwetsen is onvermijdelijk wanneer we elkaar werkelijk willen ontmoeten.
Wanneer jouw IK en mijn IK elkaar raken — onze grenzen, onze behoeftes, onze angsten — dan gaat dat soms pijn doen. We zullen elkaars grens betreden. Of we komen juist niet opdagen op onze eigen grens. Je kunt erop vertrouwen dat ik jou soms pijn zal doen. En ook dat ik mezelf soms niet volledig inbreng in de ontmoeting.
Dat doet pijn. Het stelt teleur. En het raakt oude herinneringen en overtuigingen in jou, die verdriet of angst oproepen. De boosheid die dan ontstaat is geen probleem, maar een signaal: hier is een grens geraakt.
Die ervaring mag je kenbaar maken aan mij, zodat ik daar met meer respect mee om kan gaan. Dat kan betekenen dat ik een stap terug doe omdat ik te ver over jouw grens heen ging. Of juist dat ik mezelf meer moet laten zien, omdat ik te weinig opdook. Het kan ook zijn dat onze grenzen op dat moment simpelweg niet op elkaar aansluiten. Dan kunnen we besluiten de ontmoeting af te ronden.
Op die manier behouden we onze eigen ruimte, bewaken we onze grenzen en blijven we respectvol naar elkaar. Je voelt waarschijnlijk hoe uitdagend dit is — en hoe vaak het niet zo “mooi” lukt als hier beschreven. Juist daarom is pijn af en toe onvermijdelijk wanneer we elkaar ten volle willen ontmoeten.
Wanneer ik kies voor een liefdesontmoeting, kies ik dus bewust voor de mogelijkheid om gekwetst te worden. Voor een intieme ontmoeting waarin jouw grens de mijne raakt, zodat ik je kan voelen, zien en kennen. Elke ontmoeting waarin dat risico wordt vermeden, is geen intieme ontmoeting. Geen ontmoeting van liefde.
Dat roept voor mij de vraag op: hoe gebruiken we het woord vertrouwen in liefdesrelaties, als vertrouwen betekent dat we redelijkerwijs mogen verwachten dat de ander ons geen pijn doet?
Voor mij gaat vertrouwen dan niet over veiligheid, maar over durf. De durf om mij te melden aan de grens, terwijl ik weet dat ik daarmee het risico loop gekwetst te worden. Misschien gaat vertrouwen wel over de mate waarin ik bereid ben mezelf opnieuw in een liefdesontmoeting te brengen met jou.
In dat licht betekent “ik vertrouw je niet meer” misschien iets anders. Misschien betekent het: ik durf mezelf niet meer in te brengen in de ontmoeting met jou. En wanneer dat een blijvende staat wordt, durf ik niet meer in een liefdesrelatie met jou te zijn.
Dat voelt voor mij meer als een wilsbeschikking dan als een vertrouwenskwestie. Het maakt mij minder afhankelijk van het gedrag van de ander. Minder slachtoffer. En het maakt de ander minder fout, minder dader, minder verantwoordelijk voor mijn keuze.
Ik hoorde ooit een definitie van een slecht mens: iemand die niet de wil heeft om te leren van zijn fouten. Ik kan me voorstellen dat mensen die bewust over de grenzen van anderen gaan, terwijl ze weten waar die grenzen liggen, geen prettige mensen zijn. Zeker wanneer dat gepaard gaat met macht of kracht, wordt het verwijtbaar.
Maar als iemand aanspreekbaar is, verantwoordelijkheid neemt en de wil heeft om het anders te doen — ook al lukt dat niet perfect — dan zie ik daarin menselijkheid. De menselijkheid van een goed mens.
Misschien kun je spreken over het verlies van vertrouwen wanneer je het vertrouwen verliest dat iemand een goed mens is. Dat is een zware aanname over iemands karakter. Maar ongeacht of die aanname klopt, lijkt het mij dan noodzakelijk om zelf uit die (liefdes)ontmoeting of relatie te stappen.
Tot die tijd blijft de uitdaging: jezelf ten volle inbrengen, je grenzen kenbaar maken en bewaken. En dat ook van de ander verlangen. Je mag erop vertrouwen dat dit regelmatig pijnlijke momenten oplevert.

Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!